De Opstand

W.A. Lommer (schrijver), F. Zenner (tekenaar), Schoolplaat met als titel; 1579 tachtigjarige oorlog II 1648, 1950-1980

In de eerste helft van 16de eeuw maken de zeventien gewesten van de Nederlanden deel uit van het Rijk van de Spaanse keizer Karel V. Karel wil zijn macht in de Nederlanden vergroten, terwijl de gewesten met hun eigen regels en wetten zo veel mogelijk zelfstandig willen blijven. Ook vraagt de keizer grote financiële bijdragen voorzijn oorlogen en pakt de katholieke vorst aanhangers van de Reformatie, die hervormingen binnen de katholieke kerk willen, hard aan.

Karels zoon Filips II volgt zijn vader in 1555 op en zet zijn vaders strenge godsdienstbeleid voort, zo niet strenger. Er komt verzet in de Nederlanden: in 1566 breekt de Beeldenstorm uit. Stadhouder Willem van Oranje leidt de opstandelingen. Filips stuurt de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. De Opstand, beter bekend als de Tachtigjarige Oorlog, begint.

Door de opstand vallen de Nederlanden uit elkaar in twee nieuwe staten: de zuidelijke gewesten, die trouw zijn aan de Spaanse koning, en de zelfstandige noordelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Onder leiding van stadhouder Maurits (zoon van Willem van Oranje) wordt het leger van de Republiek steeds sterker. Door de bloeiende handel stroomt het geld binnen.

In 1609 zorgt het Twaalfjarig Bestand voor een tijdelijke onderbreking van de oorlog tegen Spanje. Een godsdienstig conflict tussen remonstranten en contraremonstranten betekent echter bijna een burgeroorlog binnen de Republiek.

Na het bestand viert het leger onder stadhouder Prins Frederik Hendrik (een halfbroer van Maurits) een aantal belangrijke overwinningen op de Spanjaarden, zeker ook op zee.
De Tachtigjarige Oorlog eindigt uiteindelijk in 1648 met de Vrede van Munster. De Nederlandse Republiek wordt internationaal erkend en is een onafhankelijke staat.

Deze schoolplaat uit het derde kwart van de 20ste eeuw toont een aantal belangrijke momenten uit de Opstand.